Dat is belangrijk voor het controleren van uitstoot door bedrijven, het beoordelen van geurklachten en het beschermen van de gezondheid van inwoners. Door samen te werken met andere omgevingsdiensten, maken ze gebruik van elkaars kennis en expertise.
TD-GC-MS is een apparaat waarmee luchtmonsters geanalyseerd kunnen worden. Eerst worden de stofjes in de lucht opgevangen op speciale TD buisjes waarvan ze bij de analyse worden losgemaakt door de buisjes op hoge temperatuur te verwarmen. Daarna worden ze gescheiden en geïdentificeerd. Zo kan worden vastgesteld welke stoffen in de lucht zitten en in welke hoeveelheid.
Dorine Berns legt het eenvoudig uit: “We halen als het ware het luchtmonster uit elkaar. Daarna kunnen we zien welke stoffen erin zitten en hoeveel hiervan.”
Volgens Jakob Pijnenburg is dit vooral belangrijk bij complexe situaties, zoals industriële uitstoot of onduidelijke geurklachten. “Je wilt niet alleen weten dát er iets in de lucht zit, maar ook precies wat het is. Dat kan met deze techniek.”
Meer controle en zekerheid
Tot nu toe werkte de omgevingsdienst veel met de resultaten van metingen uitgevoerd door externe meetbureaus. Met de nieuwe TD-GC-MS kan de omgevingsdienst nu zelf meten, de resultaten volledig volgen en de snelheid van het proces beïnvloeden.
Dorine: “Als je zelf meet, heb je alles in eigen hand. Je ziet niet alleen het eindresultaat, maar ook de data erachter. Dat geeft veel meer zekerheid.”
Een meting begint buiten, bijvoorbeeld bij een bedrijf of bij een woning waar mensen last hebben van een vreemde geur. De lucht wordt opgevangen in een klein buisje en meegenomen naar het laboratorium. Daar wordt het monster geanalyseerd.
Als uit de metingen blijkt dat er te veel of schadelijke stoffen in de lucht zitten, worden de resultaten getoetst aan wettelijke normen. Bij overschrijding kan ODZL maatregelen nemen. “Dan kunnen we gericht optreden,” zegt Jakob. “En dat is precies waarvoor we dit doen.”
Betere controle op emissies
Dat de ODZL nu investeert in deze techniek is geen toeval. In het verleden was er bij de provincie Limburg een laboratorium met een GC-MS. Dat laboratorium is later opgeheven, maar dit ene apparaat bleef behouden. Het werd ingezet voor metingen van de omgevingslucht, onder andere rond industriële gebieden.
Die ervaring vormt de basis voor de huidige stap. Met de nieuwe TD-GC-MS kan de omgevingsdienst niet alleen de lucht in de omgeving meten, maar ook beter kijken naar emissies: de stoffen die direct uit schoorstenen en installaties van bedrijven komen.
Jakob: “Wat er uit een pijp komt, is heel belangrijk voor de omgeving en voor de gezondheid. Maar die metingen zijn ingewikkeld en duur. Daarom zijn ze lang onderbelicht geweest.”
Door zelf analyses te kunnen uitvoeren, wordt het mogelijk om emissiemetingen beter te controleren en te ondersteunen. Dat gebeurt niet alleen voor Zuid-Limburg. De omgevingsdienst wil deze kennis en apparatuur inzetten in samenwerking met andere omgevingsdiensten in Nederland.
“Niet iedere omgevingsdienst kan alles zelf,” zegt Jakob. “Door samen te werken en taken te verdelen, worden we samen sterker.”
Ook Dorine ziet dit als een mooie ontwikkeling: “We bouwen hiermee aan een netwerk waarin we elkaar helpen met specialistische kennis.”
Investeren in de toekomst
De aanschaf van TD-GC-MS is meer dan alleen een nieuw apparaat. Het is een investering in kennis, samenwerking en betrouwbaarder toezicht. Daarmee werkt de Omgevingsdienst Zuid-Limburg aan betere controle op uitstoot en een gezonde leefomgeving, nu en in de toekomst.